Sluiten

Van schop onder zijn kont tot volwaardig medewerker: de reis van Valentijn Sprangers bij LWA

Collega Valentijn Sprangers is soms zó gefocust, dat de wereld om hem heen even verdwijnt. “Ik zit dan gewoon helemaal in mijn werk, waardoor alles langs me heen gaat.” In een interview vertelt hij over zijn passie voor techniek, hoe het is om als jongeling binnen te komen in een productiebedrijf, (persoonlijke) groei en meer.

Valentijn (22) werkt inmiddels ruim vijf jaar bij Laurijsen WeegAutomaten. Wat begon als een stage vanuit het praktijkonderwijs, groeide uit tot een vaste plek binnen het team. Inmiddels bouwt hij zelfstandig frames, maakt hij weegbakken en leert hij zelfs collega’s hoe ze met bepaalde machines moeten werken.

Een stage die bleef hangen

Valentijn werd geboren op 8 december 2003 en volgde praktijkonderwijs op De Zwaaikom. Daar koos hij de richting metaal. Vooral lassen vond hij interessant. In 2020 moest hij op zoek naar een stageplek. Via zijn opa Wim Sprangers kwam hij uiteindelijk bij LWA terecht. Wim kende directeur John Laurijsen goed en besloot contact op te nemen.

“Mijn opa wilde me graag helpen,” vertelt Valentijn. “Met wat hulp van hem ben ik hier stage gaan lopen.” Die stage beviel van beide kanten goed. Na twee jaar stagelopen trad Valentijn officieel in dienst bij LWA. Inmiddels is hij niet meer weg te denken uit de werkplaats.

Toen Valentijn bij LWA begon, had hij nog weinig ervaring. In eerste instantie mocht hij alleen MAG-lassen. Later kwam daar ook TIG-lassen bij kijken. Dat ging zelfs zo goed, dat LWA samen met Valentijns ouders en school meedacht over uitbreiding van het lesaanbod. TIG-lassen werd uiteindelijk toegevoegd binnen de opleiding.

“School bood dat toen nog niet aan,” vertelt Valentijns moeder Saskia, die het interview bijwoont. “Maar doordat LWA aangaf dat Valentijn daar talent voor had, zijn ze daar iets mee gaan doen.”

Ook op andere vlakken leerde Valentijn veel in de praktijk. Zo leerde hij bij LWA technische tekeningen lezen, iets wat hij op school nauwelijks kreeg. Inmiddels maakt hij zelfstandig frames, plaatwerk, weegbakken en complete onderdelen voor machines.

Karel als leermeester

Een belangrijke rol in die ontwikkeling speelde collega Karel Blok. Vanaf zijn eerste stagedag begeleidde hij Valentijn intensief op de werkvloer.

“Karel heeft heel veel geduld met mij gehad,” zegt Valentijn. “Ik kon altijd bij hem terecht. En nog, trouwens.” In het begin stond Karel bijna de hele dag naast hem om alles stap voor stap uit te leggen. Tegenwoordig werkt Valentijn grotendeels zelfstandig. Volgens Karel was het soms ook zoeken naar de juiste aanpak. “We hebben allebei veel geleerd in dat traject.”

De band tussen de twee is inmiddels hecht geworden. Op de werkvloer noemen ze elkaar voor de grap Buurman en Buurman. “A je to!” klinkt het regelmatig lachend door de werkplaats.

Valentijn wordt ondertussen steeds meer klaargestoomd voor specialistisch werk, zoals het maken van weegbakken. Precisiewerk waar ook Karel zich veel mee bezighoudt. “Karel leert mij echt richting dat werk,” vertelt Valentijn trots. “Dat lijkt me mooi om later helemaal over te nemen.”

‘Gewoon’ onderdeel van het team

Valentijn heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS) en is slechthorend. Dat zorgt soms voor miscommunicatie op de werkvloer, al ziet hij dat zelf vrij nuchter. “Ik heb er zelf niet zo veel last van,” vertelt hij. “Maar anderen moeten soms iets meer hun best doen om me te bereiken.” Dat ligt niet alleen aan zijn TOS en gehoorproblemen. Valentijn kan naar eigen zeggen enorm opgaan in zijn werk. “Als ik ergens mee bezig ben, gaat de rest soms langs me heen.”

Zijn gehoorapparaat helpt daarbij. Via een app kan Valentijn omgevingsgeluiden versterken of juist dempen. Ook kan hij er muziek mee streamen tijdens het werk.

Vanuit school was er in de beginperiode veel begeleiding. Ambulant begeleiders en stagecoaches dachten actief mee over hoe Valentijn het beste begeleid kon worden binnen LWA. “Er werd echt gekeken naar wat hij nodig had, vanuit alle partijen” vertelt moeder Saskia. “Soms moest Valentijn even een schop onder z’n kont krijgen, soms moesten we juist met Karel om tafel.”

Valentijn vult zijn moeder aan. Volgens hem draait het uiteindelijk vooral om goed communiceren. “Soms ontstaan er wat onhandige situaties, maar als je goed luistert naar elkaar komt het eigenlijk altijd weer goed.”

Ieder frame is anders

Wat Valentijn misschien nog wel het leukste vindt aan zijn werk, is de afwisseling. Geen dag is hetzelfde en bijna ieder product is uniek. “De ene keer maak je een tafelframe, dan weer een goot, een beugel of een weegbak,” vertelt hij enthousiast. “Geen één frame is hetzelfde.”

Vooral de grotere constructies vindt hij mooi om te maken. Soms zijn de frames zo groot dat hij letterlijk op de lastafel klimt om overal goed bij te kunnen. “Natuurlijk wel veilig,” voegt hij er lachend aan toe.

Zijn ouders hebben zelf een productiebedrijf, maar dat werk trekt hem minder. “Daar maak je steeds hetzelfde. Bij LWA is ieder ontwerp anders. Dat vind ik juist leuk.” Hij vergelijkt het met hardlopen. “Stel je voor dat je iedere week exact dezelfde route moet lopen. Dat wordt toch saai? Dan wil je toch ook steeds een andere route proberen?”

Van leerling naar collega

Waar Valentijn vroeger alles moest leren, leert hij inmiddels zelf ook collega’s nieuwe dingen. Zo helpt hij anderen bij het werken met de kantbank, de freesbank en het maken van frames en plaatwerk. “Het is mooi om te zien als iemand stappen maakt,” zegt hij. “Als mensen beter worden in hun werk, groeien ze ook als persoon.”

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Dat hij inmiddels zelf collega’s begeleidt, laat goed zien hoeveel stappen hij de afgelopen jaren heeft gezet. Volgens zijn moeder is dat mede te danken aan de manier waarop er binnen LWA wordt meegedacht. “Wij zijn als ouders heel dankbaar voor hoe iedereen met Valentijn omgaat,” vertelt Saskia. “Er wordt echt gekeken naar wat hij nodig heeft.”

“Hij is er altijd”

Dat Valentijn goed in de groep ligt, blijkt uit de manier waarop collega’s over hem praten. Er wordt veel gelachen op de werkvloer en Valentijn doet daar volop in mee. Ook met John Laurijsen heeft hij een vaste gewoonte ontwikkeld.

“Wij dagen elkaar altijd een beetje uit,” vertelt Valentijn. “Ik tik John vaak even tegen zijn oor en hij doet dat bij mij ook weer terug.” Volgens Kim Laurijsen, tevens aanwezig bij het interview, zegt juist dat soort interactie veel over Valentijn.

“Hij is er altijd,” vertelt ze. “We kunnen met hem lachen en hij staat altijd klaar om te helpen.”

Nog lang niet klaar

Valentijn voelt zich volledig thuis bij LWA en ziet zichzelf voorlopig nergens anders werken. “Als het aan mij ligt blijf ik hier de rest van mijn leven,” zegt hij trots. 

Collega worden van Valentijn? Check hier onze vacatures!

Deel